roy s
7th February 2010, 18:12
speciaal voor socra en ataraxia om dit toe te lichten..
bron: filosofieblog.nl
Complexiteit
http://www.filosofieblog.nl/wp-content/uploads/2010/02/complexiteit.voorbeeld.jpg
We ervaren de wereld als een complex geheel. Alles wat je ziet, hoort, ruikt of voelt valt vanuit vele invalshoeken te benaderen en er vallen talloze verschillende uitspraken over te doen. En niets van wat we ervan zeggen toont ons de zaken zoals ze zijn. We zoeken voortdurend naar een essentie, iets enkelvoudigs en alomvattends wat zich achter de dingen verbergt en hen doet zijn wat ze zijn. En dat vinden we niet. Wat we proberen is het verwarrende, het overweldigende van ons af te schudden. Bij al onze confrontaties met de werkelijkheid is het eerste dat we doen de complexiteit verlagen, door aspecten buiten beschouwing te laten, door zaken terug te voeren tot bekende voorbeelden, door te zoeken naar regels die we kunnen toepassen. Kennelijk is ons begripsvermogen niet in staat om wat we meemaken in een keer in volle omvang te bevatten. Maar ligt dat aan de werkelijkheid of ligt dat aan dat begripsvermogen?
Dat is een vreemde vraag. Die vraag zo stellen veronderstelt dat er naast dat begripsvermogen nog iets anders is dat ons een antwoord op die vraag zou kunnen verschaffen. Maar wat zou dat dan moeten zijn? Als we nog uit een andere, objectievere bron zouden kunnen putten voor kennis van de werkelijkheid, waar zouden we dan dat begripsvermogen nog voor nodig hebben? Nee, wat we begrijpen is dat wat ons begripsvermogen ons aanreikt. En waar ons begripsvermogen niet mee overweg kan, dat begrijpen we niet.
Als we dus de wereld als complex ervaren, dan zegt dat iets over ons begripsvermogen. Blijkbaar ervaart dat problemen bij het omgaan met onze percepties, en ziet het zich genoodzaakt zaken anders voor te stellen dan ze overkomen, alleen om het in onze kennispatronen in te passen. Blijkbaar is het nodig om naast de wereld zoals we die ervaren daar ook nog een afbeelding van te maken, op een zodanige manier dat het begripsvermogen ermee overweg kan. En tussen die afbeelding, dat wil zeggen de wereld zoals we die kennen, en de wereld zoals we die ervaren gaapt een kloof. Ze hebben iets met elkaar te maken maar ze zijn verre van identiek.
Die kloof veroorzaakt veel ellende. De wereld zoals die zich manifesteert voor onze perceptie voldoet vaak niet aan onze verwachtingen. Ze richt zich niet naar onze wensen, ook al beweert Kant dat de objecten zich naar het subject richten, en niet omgekeerd. Onze wensen en begeerten doen ons lijden, omdat er door onze ervaringswereld vaak niet aan wordt voldaan. We krijgen het gevoel dat de wereld er eigen motieven op na houdt, die op geen enkele manier aansluiten bij onze motieven. En dat geeft ons een gevoel van machteloosheid.
De leer van het boeddhisme probeert het lijden op te heffen door ons met onze ervaringen te verzoenen. Boeddhisten proberen het begripsvermogen het begripsvermogen te laten, en een andere manier te zoeken om met de wereld van onze ervaringen om te gaan. Dat doen ze niet door andere kennisbronnen aan te spreken, maar door juist de nadruk te leggen op die ervaringen zelf, zonder interpreteren en redeneren. Laat die ervaring die ervaring zijn, en maak er niet meteen een persoonlijke karikatuur van, dat is wat het boeddhisme ons leert.
We hebben de logica bedacht. We hebben de rekenkunde bedacht. We hebben de wiskunde bedacht. Die gebruiken we om ons beeld van de wereld mee te formuleren. En vaak vereist dat heel wat geknutsel om het een beetje passend te krijgen. Hebben we dat nodig om ons in de werkelijkheid te kunnen handhaven? De dieren kunnen blijkbaar zonder, ook die dieren waarvan is aangetoond dat ze over een bewustzijn beschikken dat vergelijkbaar is met het onze. Het is waar, die dieren bouwen geen scholen en fabrieken, en ze wonen niet in steden van eigen bouwsel. Ook hebben ze zich geen vaardigheden aangemeten waarover ze van nature niet beschikten, zoals vliegen of boeken schrijven. Maar zij voelen zich waarschijnlijk niet onaangepast, en wij wel. Zij hebben geen problemen met de complexiteit van de wereld, en wij wel.
Maar wat maakt dan dat dat begripsvermogen zo onaangepast is? Wat maakt dat de wereld die we voor onszelf maken zo los staat van de wereld van de natuur die ons heeft voortgebracht? Waarom hebben we behoefte aan afbeeldingen als schilderijen en beeldhouwwerken en kunnen we niet volstaan met de originelen? Waarom ziet de wereld van de techniek er zo anders uit dan de wereld van de bergen en rivieren, van de planten en dieren, met zijn wielen in plaats van poten als voortbewegingsmechanisme, met zijn metaal en plastic in plaats van hout en botten als constructiematerialen, met zijn elektriciteit in plaats van vetten en suikers als energiebronnen? Het is duidelijk dat als wij de schepper waren geweest, de wereld er heel anders had uitgezien. Blijkbaar zijn we toch niet geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, zoals de bijbel stelt. Of misschien juist wel. Per slot van rekening was de God van de bijbel ook niet tevreden met de situatie waarin hij verkeerde. Hij veranderde die door een wereld te scheppen. Alleen beschikte hij over de macht om die hele schepping naar zijn hand te zetten. En ons lukt dat niet.
Wij zijn geen beesten en ook geen goden. Wij horen nergens bij. Wij passen nergens in. In de biologische evolutie moet de onaangepaste het veld ruimen.
bron: filosofieblog.nl
Complexiteit
http://www.filosofieblog.nl/wp-content/uploads/2010/02/complexiteit.voorbeeld.jpg
We ervaren de wereld als een complex geheel. Alles wat je ziet, hoort, ruikt of voelt valt vanuit vele invalshoeken te benaderen en er vallen talloze verschillende uitspraken over te doen. En niets van wat we ervan zeggen toont ons de zaken zoals ze zijn. We zoeken voortdurend naar een essentie, iets enkelvoudigs en alomvattends wat zich achter de dingen verbergt en hen doet zijn wat ze zijn. En dat vinden we niet. Wat we proberen is het verwarrende, het overweldigende van ons af te schudden. Bij al onze confrontaties met de werkelijkheid is het eerste dat we doen de complexiteit verlagen, door aspecten buiten beschouwing te laten, door zaken terug te voeren tot bekende voorbeelden, door te zoeken naar regels die we kunnen toepassen. Kennelijk is ons begripsvermogen niet in staat om wat we meemaken in een keer in volle omvang te bevatten. Maar ligt dat aan de werkelijkheid of ligt dat aan dat begripsvermogen?
Dat is een vreemde vraag. Die vraag zo stellen veronderstelt dat er naast dat begripsvermogen nog iets anders is dat ons een antwoord op die vraag zou kunnen verschaffen. Maar wat zou dat dan moeten zijn? Als we nog uit een andere, objectievere bron zouden kunnen putten voor kennis van de werkelijkheid, waar zouden we dan dat begripsvermogen nog voor nodig hebben? Nee, wat we begrijpen is dat wat ons begripsvermogen ons aanreikt. En waar ons begripsvermogen niet mee overweg kan, dat begrijpen we niet.
Als we dus de wereld als complex ervaren, dan zegt dat iets over ons begripsvermogen. Blijkbaar ervaart dat problemen bij het omgaan met onze percepties, en ziet het zich genoodzaakt zaken anders voor te stellen dan ze overkomen, alleen om het in onze kennispatronen in te passen. Blijkbaar is het nodig om naast de wereld zoals we die ervaren daar ook nog een afbeelding van te maken, op een zodanige manier dat het begripsvermogen ermee overweg kan. En tussen die afbeelding, dat wil zeggen de wereld zoals we die kennen, en de wereld zoals we die ervaren gaapt een kloof. Ze hebben iets met elkaar te maken maar ze zijn verre van identiek.
Die kloof veroorzaakt veel ellende. De wereld zoals die zich manifesteert voor onze perceptie voldoet vaak niet aan onze verwachtingen. Ze richt zich niet naar onze wensen, ook al beweert Kant dat de objecten zich naar het subject richten, en niet omgekeerd. Onze wensen en begeerten doen ons lijden, omdat er door onze ervaringswereld vaak niet aan wordt voldaan. We krijgen het gevoel dat de wereld er eigen motieven op na houdt, die op geen enkele manier aansluiten bij onze motieven. En dat geeft ons een gevoel van machteloosheid.
De leer van het boeddhisme probeert het lijden op te heffen door ons met onze ervaringen te verzoenen. Boeddhisten proberen het begripsvermogen het begripsvermogen te laten, en een andere manier te zoeken om met de wereld van onze ervaringen om te gaan. Dat doen ze niet door andere kennisbronnen aan te spreken, maar door juist de nadruk te leggen op die ervaringen zelf, zonder interpreteren en redeneren. Laat die ervaring die ervaring zijn, en maak er niet meteen een persoonlijke karikatuur van, dat is wat het boeddhisme ons leert.
We hebben de logica bedacht. We hebben de rekenkunde bedacht. We hebben de wiskunde bedacht. Die gebruiken we om ons beeld van de wereld mee te formuleren. En vaak vereist dat heel wat geknutsel om het een beetje passend te krijgen. Hebben we dat nodig om ons in de werkelijkheid te kunnen handhaven? De dieren kunnen blijkbaar zonder, ook die dieren waarvan is aangetoond dat ze over een bewustzijn beschikken dat vergelijkbaar is met het onze. Het is waar, die dieren bouwen geen scholen en fabrieken, en ze wonen niet in steden van eigen bouwsel. Ook hebben ze zich geen vaardigheden aangemeten waarover ze van nature niet beschikten, zoals vliegen of boeken schrijven. Maar zij voelen zich waarschijnlijk niet onaangepast, en wij wel. Zij hebben geen problemen met de complexiteit van de wereld, en wij wel.
Maar wat maakt dan dat dat begripsvermogen zo onaangepast is? Wat maakt dat de wereld die we voor onszelf maken zo los staat van de wereld van de natuur die ons heeft voortgebracht? Waarom hebben we behoefte aan afbeeldingen als schilderijen en beeldhouwwerken en kunnen we niet volstaan met de originelen? Waarom ziet de wereld van de techniek er zo anders uit dan de wereld van de bergen en rivieren, van de planten en dieren, met zijn wielen in plaats van poten als voortbewegingsmechanisme, met zijn metaal en plastic in plaats van hout en botten als constructiematerialen, met zijn elektriciteit in plaats van vetten en suikers als energiebronnen? Het is duidelijk dat als wij de schepper waren geweest, de wereld er heel anders had uitgezien. Blijkbaar zijn we toch niet geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, zoals de bijbel stelt. Of misschien juist wel. Per slot van rekening was de God van de bijbel ook niet tevreden met de situatie waarin hij verkeerde. Hij veranderde die door een wereld te scheppen. Alleen beschikte hij over de macht om die hele schepping naar zijn hand te zetten. En ons lukt dat niet.
Wij zijn geen beesten en ook geen goden. Wij horen nergens bij. Wij passen nergens in. In de biologische evolutie moet de onaangepaste het veld ruimen.