PDA

View Full Version : 'Van Persie in Servië, ik zou de documentaire graag zien'


aliendwurf
1st December 2009, 12:27
Voor Robin van Persie is het heel vervelend, zijn blessure, maar voor ons, het publiek, lijkt de behandeling een feest te worden. Van Persie laat zich behandelen in Servië. Een mooi gebaar. Van Persie is de man van het experiment. Hij zit op het moment dat ik dit schrijf ergens in Servië met een schapendarm om zijn nek tot zijn middel in een mengsel van stroop en azijn.

Als het om medische oplossingen gaat, zijn Serviërs genieën. In het nabije verleden hebben ze dat vaak genoeg bewezen. Bij zieke Kroaten sloegen ze voor de zekerheid meteen het hoofd er maar af. Baat het niet, dan schaadt het niet. Serviërs zijn onder zware omstandigheden heel praktische mensen. Naar verluidt werden tijdens de oorlog binnen drie minuten hele dorpen keurig verdeeld in mannen en vrouwen. Kroatische vrouwen mochten hun hoofd vaak gewoon op hun schouders houden.

De arts die Van Persie nu behandelt schijnt een magiër te zijn. Orlando Engelaar gaf Van Persie de tip. Blind vertrouwen hebben in een specifieke dokter, dat roept goede herinneringen op. Aan Ted Troost, ooit de fysieke vertrouwensman van onder anderen Ruud Gullit en Marco van Basten. Troost stond erom bekend dat hij nogal fysiek te werk ging. Met name Gullit raakte er niet over uitgesproken. Ruud was de natte spons en de peptalk van Gerard Meijer bij Feyenoord gewend en kreeg opeens te maken met Ted Troost, die tijdens het intake-gesprek losjes zijn linkerhand om Ruuds zak heen legde. Aanraken was het motto. Gullit ging daar zóver in, dat hij in 1994 na zijn overhaaste vertrek bij Oranje minutenlang op Schiphol stond te tongen met Frits Barend.

Ik vind het dapper, voetballers die een eigen koers durven te varen. Ricky van den Bergh lijkt me zo'n jongen. Als ze bij ADO Den Haag zeggen dat hij met een blessure driemaal daags heel voorzichtig een kuitbeen mag bewegen, dan hangt Ricky al omgekeerd aan zijn voeten in twee beugels in de houten omlijsting van zijn voordeur. Vooral niet doen wat de clubarts zegt. Als Ricky zijn trainer Raymond Atteveld ergens gek mee kan krijgen, zal hij het niet laten. Moet je maar niet aan Ricky's oren zitten.

Robin van Persie in Servië, ik zou de documentaire graag zien. De aankomst met een eenmotorig vliegtuigje van Arsène Wenger zelf, de rit van negentien uur, in het zijspan van een oude motor, naar de praktijk van de behandelend arts en je dan aan zo’n man overgeven. Het schijnt iets met het versneld aanmaken van cellen te maken te hebben. Wat maakt het uit? Het gaat mij om het beeld. Van Persie in zijn onderbroekje op de behandeltafel en vlak naast hem vier Servische vrouwen die zingend staan te roeren in een emmer vol placenta. Aan een waslijn hangen twaalf konijnen. Daarna met een stuk vuursteen in je nek iets liefs over je moeder zeggen. Het maakt Van Persie niets uit. Baat het niet, dan schaadt het niet.

Het zegt veel over Arsenal, deze move van Robin van Persie. Het is pure armoe daar, dat kan niet anders. Je verwacht de beste medische staf ter wereld in Londen, maar Van Persie weet blijkbaar beter. Die laat liever twee kruidenvrouwtjes in Oezbekistan naar zijn pis gluren dan dat hij de clubarts van Arsenal aan zijn rechterenkel laat voelen.

Baat het niet, dan schaatst het niet. Laat ik mij óók eens een Seth Gaaikemaatje veroorloven. Marianne Timmer brak vorige week vrijdag, een dag vóór de blessure van Robin van Persie, haar linkerhielbeen. Dat gun je niemand, maandenlang moeten revalideren met Henk Timmer vlak naast je op de bank. Marianne Timmer, een van de weinige dingen die Henk de laatste jaren goed klemvast had. Het zit diep bij mij, die keuze voor Henk.

Afgelopen weekend hoorde ik Henk Spaan nog een gedicht over Marianne voorlezen. Het zat vol met radeloos smachten en wild verlangen. Henk vroeg zich in het gedicht, geschreven toen Marianne nog vrijgezel was, hardop af met welke man zij in de toekomst het leven zou gaan delen.
Wie is er níét verliefd geweest op Marianne Timmer? Welke man heeft er níét van gedroomd: haar schaatsmutsje afdoen en dan dat blonde haar langs haar schouders zien vallen. Daarna zegt ze iets wat je niet verstaat en toch zeg je ja. Je gunt Marianne een man die tijdens een blessure gedichten in haar linkerenkel kan fluisteren. Desnoods een leuke voetballer, als het echt niet anders kan. Marianne Timmer en Marko Pantelic, ik zou er vrede mee hebben. Jan Wouters desnoods. Iedereen eigenlijk, behalve Henk Timmer. Ik heb dat ervaren als een keiharde trap in mijn kruis, die keuze voor een doelman.

Henk Timmer, dat is de nieuwe vriend van je dochter, die met een schaakdoos onder een arm naast je in de keuken komt staan en zegt dat hij later ook heel graag wil leren hoe je een appeltaart bakt. Henk Timmer is de schoonzoon die vlak naast je drie uur lang naar Lingo zit te kijken en heel hard de woorden mee raadt. Henk Timmer is de vriend met wie je op vakantie naar Tunesië gaat en die je bij het ontbijt hoort vragen naar een bruine boterham met kaas.
Ik had bij Marianne iets heel wilds en spannends verwacht. Iets met heel veel haar over het hele lichaam. Niet een toekomstige eigenaar van een herenmodezaak. Ik heb van verschillende mensen gehoord dat Henk binnen twee minuten al het bloed uit je gezicht kan lullen, zo saai. En die zit naast mijn Marianne.

Dat doet pijn. Marianne had met nu een Argentijnse midvoor in een appartement ergens in Buenos Aires moeten zitten, met een tros ijskoude druiven om haar geblesseerde enkel en een Argentijnse midvoor die ze langzaam met zijn lippen naar binnen zuigt. Marianne Timmer, je gunt haar Robin van Persie. Samen geblesseerd, maar wat kan het ze rotten? Ze hebben elkaar. Samen in bed en een Servisch mannetje met een rauwe lever onder een arm in de hoek van de kamer voor het geval ze elkáár blesseren. Daar zou ik vrede mee hebben gehad. Bij Henk Timmer zal ik me nooit neerleggen.

Nico Dijkshoorn

aliendwurf
1st December 2009, 12:30
'Van mij mag de fik in die omcirkel-apparatuur'


Zo'n twee weken geleden keek ik naar een interview met Louis van Gaal in het tv-programma Holland Sport. Er gebeurde iets opmerkelijks: ik voelde sympathie voor Louis. Ik snapte opeens waarom zijn vrouw Truus vertederd kijkt als hij ’s avonds thuiskomt. Er zit, heel diep van binnen, nog een oer-Hollands jongetje in Louis van Gaal. Wilfried de Jong zag dat en stelde de juiste vragen.

Van Gaal werd geïnterviewd op het trainingscomplex van Bayern München. Een garagehouder die zijn nieuwe bedrijfspand laat zien, zo liep hij rond. Een aandoenlijke trots, dat zie je wel meer bij Nederlanders die naar het buitenland gaan. Laten ze aan een overgevlogen journalist een kleedkamer zien met blauw leren stoeltjes. Handje erlangs. En dan de tekst: ‘In Nederland is dit van hout.’

Louis is misschien wel de trotste Nederlandse trainer ooit. Frank Rijkaard, ondenkbaar dat die in Istanbul een heel moderne mengkraan aan een Nederlandse journalist laat zien. ‘Let op, dan druk je hier tegenaan en wordt het water heet. Voel maar. Stromend water, dat hebben ze in Veendam niet.’

Van Gaal liet zich interviewen op het het loungeterras van Bayern. Je zag het aan hem. Híér had hij zijn leven lang van gedroomd. Bij een echte profclub werken, met oog voor details. Hij wees een beetje vaag om zich heen. Er stonden planten in een houten bak. Zo te zien prima onderhouden. Van Gaal zei niet eens zo heel veel. De camera draaide om hem heen.

Louis stond tussen een loungesetje van de Duitse Gamma. Loungesetjes in de tuin, het zijn de nieuwe uit hout gezaagde ganzen voor het raam. Iedereen in Nederland heeft een loungesetje of spaart voor een loungesetje. In het ergste geval met een buitenkeukentje erbij. Stervend van de kou met rosé uit een pak een karbonade sudderen, duizenden Nederlanders sloten er een lening voor af bij de DSB Bank.

Het was mooi Louis daar te zien staan. Glimmend. Ja, ook in Duitsland deden ze aan het nieuwe zitten. Met je armen op veel te hoge leuningen in een rieten kubus naar voortkabbelende kutmuziek luisteren. Louis wees naar een plek in het midden van de loungeset. ‘Daar wordt wel eens gebarbecued.’ Daarna liet hij een stilte vallen.

Hij genoot van het door hemzelf opgeroepen beeld. Modern voetbal. Op een verhoogd terras, met uitzicht op de trainingsvelden, in rieten stoelen zitten en wachten tot je Currywurst klaar is. Uniek.
Daarna liet Louis de persruimte zien. Ook al uniek. Akoestisch was hij door Van Gaal helemaal opnieuw ontworpen. Ieder geschreeuwd antwoord bleef nu door een uitgekiende surround-forever-techniek nog zes jaar door de persruimte kaatsen.

Daarna liep Louis naar het spreekgestoelte. Hij wees op een zwart elektronisch schermpje. ‘Kijk, zo’n systeem waar je spelsituaties mee kunt uitleggen, zoals ze in Nederland ook gebruiken bij de sportprogramma’s. Het nieuwste van het nieuwste. Hebben wij hier gewoon óók staan.’ Hij liet een hand even over het scherm glijden. Daarna was het afgelopen.

Van Gaal werkt thuis aan een handig systeem waarmee je de Berlijnse Muur met een druk op de knop weer uit de grond kunt laten oprijzen. Geen idee waarom, maar het kan en het is een vernieuwing, dus waarom niet?

Twee dagen later verloor Bayern München van Bordeaux. Door een fout van Mark van Bommel, die heel onprofessioneel meeverdedigde met een paar ouderwetste voetbalschoenen aan zijn voeten en niet de door Van Gaal vanaf de bank bestuurbare prototypes van de zogeheten Cyber Soccer droeg.

Als je wint, is zo’n uitlegmachine leuk. ‘Kijk, hier scoren wij en let u op, ik zet er even cirkeltjes omheen, die en die en die en die spelers lopen allemaal in een door mij bedacht patroon.’ Verliezen is minder prettig met zo’n machine. ‘Kijk, hier in het omcirkelde gedeelte verliezen we zestien miljoen euro.’

Het schijnt nogal een gênante vertoning te zijn geweest, de persconferentie vlak na de verloren wedstrijd. De beelden mochten niet worden uitgezonden. Bayern heeft ze in een kluis gelegd, die pas over 150 jaar mag worden geopend. Altijd spannend wat daarop dan is te zien. Van Gaal, half ontkleed, zijn broekspijpen in flarden om zijn ontvelde benen, boven op een verslaggever van Bild, een vuist twee centimeter van het gezicht.

Dat krijg je door al dat uitleggen. Het is een sluipende ziekte, de behoefte een voetbalwedstrijd technisch achteraf te duiden. Twee weken geleden las ik een paar hoofdstukken uit het boek Dure spitsen scoren niet van Simon Kuper, die voetbal al jaren benadert als een exacte wetenschap. Een heel boek doordrenkt van het idee dat als je maar genoeg statistieken naast elkaar legt, er uiteindelijk iets valt te voorspellen over het resultaat.

Een vreemd uitgangspunt. Al ís dat zo, wat wordt daarmee dan bewezen? Dat we met z’n allen zitten te kijken naar iets wat door de collega van Louis van Gaal, Jezus Christus zelf, van tevoren allemaal al precies zo is bedacht? En is dat dan leuk om te weten? Waarom zou ik willen weten dat elke uitslag in het moderne voetbal al voor negentig procent vastligt?

Dat is wat er nu gebeurt. De nieuwe mode. Die hele uitlegcultus, met vierkantjes om doorgebroken spelers heen en cirkels om uit de lijn weglopende middenvelders; van mij mag de fik in die apparatuur. Ik wil het niet weten. Zet desnoods, als je toch wilt nabespreken, tekenaar Dik Bruynesteyn weer in de studio. Dat was aangenaam. ‘Dik, wat heb je voor ons getekend tijdens de wedstrijd?’
En dan zag je een mannetje met een heel klein lichaampje en een heel groot hoofd. Je zei tegen elkaar: ‘Mooi getekend. Hij lijkt er echt op.’ Daarna deed je je kinderen in bed en dacht je aan Johan Cruijff met zijn wapperende witte stuk band in zijn rechterhand, fenomenaal scorend. Louis van Gaal, Co Adriaanse en Jan an Halst zouden daar nu een grote rode cirkel omheen hebben getekend. ‘Kijk, hier raakt Cruijff de bal eigenlijk verkeerd en had hij ’m beter kunnen afspelen aan de hier omcirkelde middenvelder.’