Moi
6th January 2011, 15:46
Er is mij gevraagd voor een boek over verschillende voetbal supporters
mijn verhaal te doen. Het gaat boek gaat over allerlei verschillende soorten supporters. Ook de meest fanatieke supporter komt aan bod en daarvoor heb ik mijn verhaal opgetekend.
Vakantie '93
De vakantie die mijn leven drastisch zou veranderen. Nadat ik van mijn nette
beschaafde middelbare school was afgekicked stond ik na een jaar op mijn
nieuwe middelbare school voor de keuze of met mijn nieuwe vrienden naar Salou of naar zuid Frankrijk met mijn oude vrienden. Het werd Salou.
Eenmaal in Salou aagnkomen waren we, door een effectieve combinatie van
pubberige enthousiasme en de heilzame werking van de spaanse zon, weer helemaal het mannetje. We hadden net onze twee grote vlaggen (de ene met de drie Andreaskruisen van Amsterdam, de andere met de Davidster van Israel) aan het balkon van het appartement gehangen toen een hard voorwerp naar binnenvloog en diepe buts in de gispen muur sloeg. Kankerjoden!
We wisten hoe laat het was. Als 1 man liepen we het balkon op en
keken over de rand naar beneden. Beneden op de straat stond een groep feyenoorders driftig met hun armen te zwaaien. We begroetten ze met middelvingers, een lawine aan scheldwoorden en een volle fles bier, die op een meter of twee van de groep uiteenspatte op het asfalt. Een van hen, een soort dunne soepstengel met ontbloot boven lijf, moest een flinke sprong maken om de rondvliegende glasscherven te ontwijken.
Ze waren met zijn tienen. Wij met vier. Bovendien waren het iets heftiger gasten dan wij. We zijn elkaar nog wel, joodjes!. Schreeuwde dikste van het stel, voordat ze doorliepen naar een verder op liggend hotel. Hier krijgen jullie spijt van sukkeltjes!werd er geschreeuwd door de soepstengel. Da's goed Rotterdamse stinkhomo kijken of jullie dan nog steeds zo'n grote bek hebben schreeuwde de anders altijd zo stille Alex hun na. Een van de feyenoorders draaide zich nog een keer onze kant op. Hij hield zijn rechterhand naast zijn kale kop omhoog en maakte er de beweging mee die een poppenkastspeler maakt om een mondje van een handpop te laten bewegen. Praatjes wilde hij zeggen. Een grote bek achter het hek zoals we het in Amsterdam noemden.
Het was niet de vraag of we de groep feyenoorders tegen zouden komen, maar wanneer we ze zouden tegen komen. Op de tweede avond na onze aankomst was het al raak. Ja antwoordt Lange met een kalmte die diep resepect bij me inboezemt. Ik ken Lange nog maar een klein jaartje, maar nu al zijn we uitgegroeid tot beste vrienden. We hadden nog geen woord met elkaar in de klas gewisseld tot het moment hij na schooltijd ruzie had met 3 negers. Ik zag dat die klappen kreeg en hielp hem zo goed als ik kon. Uiteindelijk toen die 3 negers versterking kregen moesten we af taaien. Eindstand 2 gekneusde ribben en een bloed neus. Lange nam me het weekend daarop mee naar Ajax waar hij en zijn broers stonden op vak-M en
nu samen met Alex en Jan naar Salou.
Die binkies van de Jodenvlag, dat zijn wij ja. Ik voel trots en kameraadschap in me branden. Lange mijn maat, mijn beste vriend. Als die kanker mongool hem met een vinger aanraakt, dan klets ik erop. Ik kijk nog een keer de tent rond en inspecteer de troepen. Wat die laffe kanker honden niet weten is dat er in ons appartementen- complex nog een groepje ajacieden zitten. Wel is waar zijn ook zij maar met zijn vieren, maar die klootzakken zullen toch verrast zijn. Ik speur de discotheek rond op zoek naar de groep uit Zaandam. Plotseling kruist mijn blik de grootste van de groep uit Zaandam. Hij staat nonchalant tegen een pilaar geleund en maakt me met een korte knip oog duidelijk dat hij in de smiezen weet wat er aan de hand is. Ik sta onder hoog- spanning, maar voel tegelijk ook opluchting, terwijl ik hoor hoe Lange achter mijn
rug Dr.Alban overstemt en de feyenoorder ijzingwekkend kalm de oorlog verklaart.
En dan ben jij die kale lul die die stenen gooide, neem ik aan? Laffe kankerhomo. Dapper hoor, vanaf de straat. Had lekker aangebeld, dan hadden we je meteen op je vette kankerbek getimmerd'. Ik draai me met een ruk om, net op tijd om te zienhoe de kale met een korte, felle armbewegingen het volle bierglas uit de rechterhand van Lange slaat. Ik zie het als in slowmotion naar beneden tuimelen en op de betonnen vloer van de discotheek aan scherven slaan. Hij geeft Lange een harde duw. In mijn hoofd lijkt een atoombom tot ontploffing te komen. Dit is het moment.Los! Nu of Nooit!, Testosteron en adrenaline razen door mijn lichaam. Met alle kracht die ik in me heb ros ik die kale op zijn bek, die wankelt met zijn armen zwaait en valt. Binnen een fractie van een seconde komt Lange in actie. Hij schopt die kale vol in het gezicht.
Matten krijst Alex boven de muziek uit. Hierheen! De feyenoorders komen met
zijn drieen op me af. Een arm grijpt me vanachter vast bij me keel. De
feyenoorders beginnen met zijn vieren op me in te beuken. Net op het moment
dat ik denk dat het me teveel wordt komen Alex en Jan me te hulp. Ik ruk me los van de feyenoorder die me vast heeft, draai me om en geef hem een kopstoot vol op zijn neus. Alles gaat in een roes. Ik zie vanuit mijn ooghoeken hoe de vier uit Zaandam zich staande houden tegen vijf feyenoorders. Het begint langzaam in ons voordeel te kantelen, als ik op eens iets voel wat ik nooit eerder heb gevoeld.
Ik kijk naar mijn rechterarm en zie er bloed uit stromen. Die lafbek stak
een glas in me arm. Lange beukt hem op de grond en zegt: wat sta je
daar nou, Sloop hem nou ouwe. Nu! slopen! Het is de stoepstengel. Hij probeert op te krabbelen. In een soort van automatisme schop ik zijn arm onder hem vandaan. Gaan we steken, zeg ik, terwijl ik op hem in aan het schoppen ben. Het wordt langzaam zwart voor me ogen. Ik blijf maar roepen: Gaan we steken, gaan we steken, gaan we steken, gaan we steken. Op de maat van de muziek blijven mijn voeten zijn lichaam zoeken. Genoeg, Genoeg roept Lange, je trapt hem nog dood. Weg wezen hier de guardia civil komt eraan.
We rennen samen de straat op. Todat we na een aantal minuten een veilig
onderkomen gevonden. We horen het geluid van een ambulance. We kijken
elkaar aan. Thanx ouwe, zegt Lange. Ik wist dat ik op je kon rekenen. We
hebben ze goed te grazen genomen en Jezus wat ging jij los op die gozer.
Wat denk jij dan. Hij verdiende het, zeg ik. Beetje gaan steken wat een vuile
homo. Hoe is met die wond, dat moet je wel laten ontsmetten straks, anders
krijg je nog de Rotterdamse bloedschurft, lacht Lange.
Ik heb nog nooit zo'n diepe vriendschap gevoeld als nu. Samen vechten. Klappen vangen voor elkaar. Klappen uitdelen voor elkaar. Weten dat je niet kunt weg lopen, omdat je vriend dan verloren is. Weten dat je elkaar nodig hebt. Het is een ongelovelijk gevoel.
De jaren erna
Vak M is vanaf nu 1 keer in de 2 weken mijn thuis basis. Samen met Lange, zijn broers en een groepje vrienden uit Oost reis ik stad en land af om onze club aan te moedigen. Hoewel ik nog steeds meer met hockey heb, begint deze levenstyle mij steeds meer in zijn greep te krijgen. De kameraadschap is zoveel anders dan ik ooit heb meegemaakt. We staan met zijn alle altijd voor elkaar klaar. Elke zondag zijn wij bij het voetbal. Wat er ook is. Is je schoonmoeder jarig, wordt je opa begraven, enz enz fuck dat. Wij zijn bij AJAX.
Omdat Lange en ik nieuw zijn moeten wij ons zelf nog bewijzen. Dat lukt onsals we met een groep van ongeveer 75 de avond voor de wedstrijd tegen PSV op bezoek gaan in Eindhoven. De verhalen die ik gehoord heb over Eindhoven moet dit een groot feest gaan worden. Het jaar voordat wij gingen heeft een groepje Ajacieden de hele avond en nacht ongestoord zitten kutten op het Stratumseind.
Samen met Lange, Michel en Dirkie reed ik naar Eindhoven toe. Vier jongens van de nieuwe generatie die de "ouwe" garde wel even ging laten zien uit welk
hout wij gesneden waren. Met zijn vieren lopen we het Stratumseind op om
te zien waar de rest van de Ajacieden zijn. In die tijd waren er nog weinig tot
geen mobieltjes dus trof je de groep ergens in een kroeg. Naar een half uurtje
heen en weer gelopen te hebben en nog geen andere Ajacieden te hebbben
gespot, trekken we de aandacht van een groep van ongeveer 20 PSV'ers.
Kut volgens mijn zij dat die boeren zegt Dirkie en ze lijken me niet echt vrolijk.
Fuck zooi staan we hier met vieren midden in boerenland. Wat doen we?
We doen helemaal niets en blijven gewoon rustig hier staan. Als ze ons willen
pakken dan pakken ze ons maar. Lange lijkt rustig en kalm steekt nog een peuk op. Het groepje boeren loopt onze kant op. Onze riemen gaan af en we zijn klaar voor de confrontatie. Wat er ook gebeurt we rennen niet weg roept Lange. Nog 10 meter scheiden ons tussen de eerste linie boeren.
Kom dan kanker boeren schreeuwt Lange. Ik kijk rechts van me en zie dat Dirkie het bijna in zijn broek doet. Hou je kop erbij snauw ik hem toe. We hebben je nodig ouwe. Op een of andere manier durven de 20 boeren ons niet aan te pakken. Ze blijven op 10 meter staan en ons uit te dagen als achter ons op eens een hard geschreeuw klinkt. Een groep van ruim 70 Ajacieden komt er aan gerend. De boeren slaan op de vlucht en wij met zijn vieren rennen zo hard mogelijk achter ze aan. Helaas zijn ze ons te vlug af. We doen het verhaal aan de rest van de groep en krijgen respect omdat we zijn blijven staan. De rest van de avond zijn er geen boeren meer te vinden, maar we hebben onze naam in de groep gemaakt.
Toen ging het mis
De verhuizing naar de Arena zorgde ervoor dat de hele groep uit elkaar
getrokken werd. Het was al geen hechte groep alleen nu was het contact
nog minder met elkaar. Het begon al met de vechtpartij bij het brugrestaurant.
Ajacieden zwaar in de minderheid zochten de confrontatie met een een te
grote groep feyenoorders. De groep Ajacieden moest zwaar op de vlucht en
een pijnlijke nederlaag werd er geleden.
Tijdens de rellen op de A10 zat ik ziek thuis. Lange belde me op. Hij vroeg of
ik het al gehoord had. Jezus man kijk eens naar het nieuws flikker. Een
groepje van ons had gesproken met die homo's uit rotterdam. Wat ik gehoord
heb is dat ze 75 tegen 75 hadden afgesproken, maar dat die kankerlijers met
300 man waren. Achteraf weet ik nog steeds niet of er nou een afspraak
gemaakt is of niet. Jongens waarvan ik weet dat die erbij waren zeggen dat ze alleen wat wilde kloten,een paar stenen vanaf een brug wilde gooien en verder niets. Ze hebben uitendelijk zwaar moeten rennen in onze eigen stad. Kanker mongolen. Het nieuws sloeg in als een bom. Helemaal toen bekende feyenoorders onsbelachelijk maakte op de nationale TV. Eerst die stink neger D. en daarna nog die mediageile G.
De dagen erna werden verschillende scenario's door genomen voor een tegen
actie. Uiteindelijk werd er een datum geprikt: 23 maart 1997. Feyenoord moest tegen Volendam en wij zouden ze opwachten. Die ochtend wordt ik opgepikt door Lange en zijn twee broers. Beide zijn het de afgelopen jaren wat rustiger aan gaan doen, maar balen van het feit dat iedere supportersgroep nu
poep praat over de F-Side. De naam, die hun groep groot heeft gemaakt wordt nu door stel nep supporters om zeep geholpen.
Het is stil in de auto. Iedereen is gespannen. Iedereen voelt dat dit niet is
zoals alle andere voetbal dagen. Normaal weet je niet of je een tegenstander
gaat treffen. Je gaat op bezoek in de andere stad en kijkt wat je daar aantreft. Meestal niets, maar een paar keer in het seizoen tref je een tegenstander. Nu wisten we zeker dat we een tegenstander zouden hebben. Vooraf is er contact geweest en is er aan die feyenoorders verteld dat we ze zouden opwachten. Waar hebben we ze niet verteld. Met hoeveel ook niet. Het oorspronkelijke plan kon niet doorgaan, omdat er veel wegen waren afgezet. Via de telefoon hoorde we dat een groep Ajacieden zich nu aan het verzamelen waren op het bedrijventerein
van Beverwijk.
Met niet meer dan 80 man ajacieden zijn we. De groep feyenoorders komt
eraan. We zijn niet compleet, maar we moeten ons nu laten
gelden. Er volgen heftige discusies. Sommige willen of durven niet. 80 man
is te weinig. Dit wordt een zelfmoord actie. Die homo's hebben allemaal wapens bij hun. Vooral de wat oudere groep zegt te willen blijven. Dan maar klappen krijgen we zijn geen mietjes. De groep split zich in tweeën.Lange, zijn broers en ik blijven. 40 tot 50 man loopt het weiland op, om de confrontatie te gaan zoeken met de feyenoorders.
200 a 300 meter. Meer is het niet. De afstand tussen de feyenoorders en ons. Een groep van zo'n 60 feyenoorders staat bij de vangrail. Even lijkt het of ze de oversteek naar ons niet durven te maken. Er sluiten zich steeds meer feyenoorders aan bij de eerste groep. Ik kijk naar Lange ik zie dat hij bang is. Zelf heb ik er ook weinig vertrouwen in een goede afloop. Staan blijven wordt er in onze groep geschreeuwd. Wie weg rent hoeft nooit meer terug te komen. Dan gaat het los. De eerste groep feyenoorders kan worden opgevangen. We staan als 1 blok en weten een paar feyenoorders goed te raken, maar het zijn er teveel.
Van alle kanten worden we aangevallen door feyenoorders. Ik sta te knokken tegen meer dan vier feyenoorders. Wordt geslagen met een knuppel in me buik. Ik ben geïsoleerd. Ik sta er alleen voor net zoals de rest van de Ajacieden. Ik moet rennen voor me leven. Meer dan 20 feyenoorders zitten achter me aan. Knuppels, bijlen, messen van alles hebben ze bij zich. Ze krijgen me niet te pakken. Mij gelukkig niet.
Nog geen 10 minuten heeft het geduurd. Ik loop terug om te kijken of ik Lange kan vinden. Geen spoor van hem. Wel zie ik iemand levenloos op de grond liggen. Er staan 3 jongens om hem heen. Verslagen koppies. Het blijkt uiteindelijk Carlo te zijn. Uiteindelijk weet ik ook Lange te vinden. Hij heeft 3 mes steken gelukkig niet op vitale plekken. Zijn broer is erger aan toe. Hij moet met spoed naar het ziekenhuis worden gebracht, maar weet het uiteindelijk te overleven.
Mensen die bij waren en er niet bij waren zeiden dat we eigenlijk niets in dat
weiland te zoeken hadden. Wij zijn mensen uit de stad. Ik vond dat we alle recht hadden om daar te zijn. Wij werden belachelijk gemaakt en moesten met een tegen actie komen. Die kwam er ook, alleen helaas niet zoals wij dat gepland hadden. De dood van Carlo zorgde voor nog meer verdeeldheid bij de F-Side. De F-Side was dood. Tenminste voor mij. Ik voelde niet meer dat kameraadschap dat ik voelde toen ik er 4 jaar eerder bij kwam. Ik voelde me verraden door groep die vertrok en niet met ons durfde te strijd aan te gaan. Het was een ongelijke strijd en ook met 80 man hadden we niet gewonnen, maar daar gaat het niet om.
Lange tijd heb ik niets meer met Ajax te maken willen hebben.
Todat ik 7 jaar geleden Lange tegenkwam bij het uitgaan. We haalden mooie
herrineringen op over vroeger en hij zei dat ik snel weer een keer langs moest
komen. Gelukkig ga ik nu weer naar Ajax. Het leven is toch anders zonder Ajax. Het is niet meer zoals het was. De rellen kunnen me eigenlijk gestolen worden. Ik ben vader van 4 kinderen. Heb een prachtige vrouw. Maar een leven zonder Ajax? never!
mijn verhaal te doen. Het gaat boek gaat over allerlei verschillende soorten supporters. Ook de meest fanatieke supporter komt aan bod en daarvoor heb ik mijn verhaal opgetekend.
Vakantie '93
De vakantie die mijn leven drastisch zou veranderen. Nadat ik van mijn nette
beschaafde middelbare school was afgekicked stond ik na een jaar op mijn
nieuwe middelbare school voor de keuze of met mijn nieuwe vrienden naar Salou of naar zuid Frankrijk met mijn oude vrienden. Het werd Salou.
Eenmaal in Salou aagnkomen waren we, door een effectieve combinatie van
pubberige enthousiasme en de heilzame werking van de spaanse zon, weer helemaal het mannetje. We hadden net onze twee grote vlaggen (de ene met de drie Andreaskruisen van Amsterdam, de andere met de Davidster van Israel) aan het balkon van het appartement gehangen toen een hard voorwerp naar binnenvloog en diepe buts in de gispen muur sloeg. Kankerjoden!
We wisten hoe laat het was. Als 1 man liepen we het balkon op en
keken over de rand naar beneden. Beneden op de straat stond een groep feyenoorders driftig met hun armen te zwaaien. We begroetten ze met middelvingers, een lawine aan scheldwoorden en een volle fles bier, die op een meter of twee van de groep uiteenspatte op het asfalt. Een van hen, een soort dunne soepstengel met ontbloot boven lijf, moest een flinke sprong maken om de rondvliegende glasscherven te ontwijken.
Ze waren met zijn tienen. Wij met vier. Bovendien waren het iets heftiger gasten dan wij. We zijn elkaar nog wel, joodjes!. Schreeuwde dikste van het stel, voordat ze doorliepen naar een verder op liggend hotel. Hier krijgen jullie spijt van sukkeltjes!werd er geschreeuwd door de soepstengel. Da's goed Rotterdamse stinkhomo kijken of jullie dan nog steeds zo'n grote bek hebben schreeuwde de anders altijd zo stille Alex hun na. Een van de feyenoorders draaide zich nog een keer onze kant op. Hij hield zijn rechterhand naast zijn kale kop omhoog en maakte er de beweging mee die een poppenkastspeler maakt om een mondje van een handpop te laten bewegen. Praatjes wilde hij zeggen. Een grote bek achter het hek zoals we het in Amsterdam noemden.
Het was niet de vraag of we de groep feyenoorders tegen zouden komen, maar wanneer we ze zouden tegen komen. Op de tweede avond na onze aankomst was het al raak. Ja antwoordt Lange met een kalmte die diep resepect bij me inboezemt. Ik ken Lange nog maar een klein jaartje, maar nu al zijn we uitgegroeid tot beste vrienden. We hadden nog geen woord met elkaar in de klas gewisseld tot het moment hij na schooltijd ruzie had met 3 negers. Ik zag dat die klappen kreeg en hielp hem zo goed als ik kon. Uiteindelijk toen die 3 negers versterking kregen moesten we af taaien. Eindstand 2 gekneusde ribben en een bloed neus. Lange nam me het weekend daarop mee naar Ajax waar hij en zijn broers stonden op vak-M en
nu samen met Alex en Jan naar Salou.
Die binkies van de Jodenvlag, dat zijn wij ja. Ik voel trots en kameraadschap in me branden. Lange mijn maat, mijn beste vriend. Als die kanker mongool hem met een vinger aanraakt, dan klets ik erop. Ik kijk nog een keer de tent rond en inspecteer de troepen. Wat die laffe kanker honden niet weten is dat er in ons appartementen- complex nog een groepje ajacieden zitten. Wel is waar zijn ook zij maar met zijn vieren, maar die klootzakken zullen toch verrast zijn. Ik speur de discotheek rond op zoek naar de groep uit Zaandam. Plotseling kruist mijn blik de grootste van de groep uit Zaandam. Hij staat nonchalant tegen een pilaar geleund en maakt me met een korte knip oog duidelijk dat hij in de smiezen weet wat er aan de hand is. Ik sta onder hoog- spanning, maar voel tegelijk ook opluchting, terwijl ik hoor hoe Lange achter mijn
rug Dr.Alban overstemt en de feyenoorder ijzingwekkend kalm de oorlog verklaart.
En dan ben jij die kale lul die die stenen gooide, neem ik aan? Laffe kankerhomo. Dapper hoor, vanaf de straat. Had lekker aangebeld, dan hadden we je meteen op je vette kankerbek getimmerd'. Ik draai me met een ruk om, net op tijd om te zienhoe de kale met een korte, felle armbewegingen het volle bierglas uit de rechterhand van Lange slaat. Ik zie het als in slowmotion naar beneden tuimelen en op de betonnen vloer van de discotheek aan scherven slaan. Hij geeft Lange een harde duw. In mijn hoofd lijkt een atoombom tot ontploffing te komen. Dit is het moment.Los! Nu of Nooit!, Testosteron en adrenaline razen door mijn lichaam. Met alle kracht die ik in me heb ros ik die kale op zijn bek, die wankelt met zijn armen zwaait en valt. Binnen een fractie van een seconde komt Lange in actie. Hij schopt die kale vol in het gezicht.
Matten krijst Alex boven de muziek uit. Hierheen! De feyenoorders komen met
zijn drieen op me af. Een arm grijpt me vanachter vast bij me keel. De
feyenoorders beginnen met zijn vieren op me in te beuken. Net op het moment
dat ik denk dat het me teveel wordt komen Alex en Jan me te hulp. Ik ruk me los van de feyenoorder die me vast heeft, draai me om en geef hem een kopstoot vol op zijn neus. Alles gaat in een roes. Ik zie vanuit mijn ooghoeken hoe de vier uit Zaandam zich staande houden tegen vijf feyenoorders. Het begint langzaam in ons voordeel te kantelen, als ik op eens iets voel wat ik nooit eerder heb gevoeld.
Ik kijk naar mijn rechterarm en zie er bloed uit stromen. Die lafbek stak
een glas in me arm. Lange beukt hem op de grond en zegt: wat sta je
daar nou, Sloop hem nou ouwe. Nu! slopen! Het is de stoepstengel. Hij probeert op te krabbelen. In een soort van automatisme schop ik zijn arm onder hem vandaan. Gaan we steken, zeg ik, terwijl ik op hem in aan het schoppen ben. Het wordt langzaam zwart voor me ogen. Ik blijf maar roepen: Gaan we steken, gaan we steken, gaan we steken, gaan we steken. Op de maat van de muziek blijven mijn voeten zijn lichaam zoeken. Genoeg, Genoeg roept Lange, je trapt hem nog dood. Weg wezen hier de guardia civil komt eraan.
We rennen samen de straat op. Todat we na een aantal minuten een veilig
onderkomen gevonden. We horen het geluid van een ambulance. We kijken
elkaar aan. Thanx ouwe, zegt Lange. Ik wist dat ik op je kon rekenen. We
hebben ze goed te grazen genomen en Jezus wat ging jij los op die gozer.
Wat denk jij dan. Hij verdiende het, zeg ik. Beetje gaan steken wat een vuile
homo. Hoe is met die wond, dat moet je wel laten ontsmetten straks, anders
krijg je nog de Rotterdamse bloedschurft, lacht Lange.
Ik heb nog nooit zo'n diepe vriendschap gevoeld als nu. Samen vechten. Klappen vangen voor elkaar. Klappen uitdelen voor elkaar. Weten dat je niet kunt weg lopen, omdat je vriend dan verloren is. Weten dat je elkaar nodig hebt. Het is een ongelovelijk gevoel.
De jaren erna
Vak M is vanaf nu 1 keer in de 2 weken mijn thuis basis. Samen met Lange, zijn broers en een groepje vrienden uit Oost reis ik stad en land af om onze club aan te moedigen. Hoewel ik nog steeds meer met hockey heb, begint deze levenstyle mij steeds meer in zijn greep te krijgen. De kameraadschap is zoveel anders dan ik ooit heb meegemaakt. We staan met zijn alle altijd voor elkaar klaar. Elke zondag zijn wij bij het voetbal. Wat er ook is. Is je schoonmoeder jarig, wordt je opa begraven, enz enz fuck dat. Wij zijn bij AJAX.
Omdat Lange en ik nieuw zijn moeten wij ons zelf nog bewijzen. Dat lukt onsals we met een groep van ongeveer 75 de avond voor de wedstrijd tegen PSV op bezoek gaan in Eindhoven. De verhalen die ik gehoord heb over Eindhoven moet dit een groot feest gaan worden. Het jaar voordat wij gingen heeft een groepje Ajacieden de hele avond en nacht ongestoord zitten kutten op het Stratumseind.
Samen met Lange, Michel en Dirkie reed ik naar Eindhoven toe. Vier jongens van de nieuwe generatie die de "ouwe" garde wel even ging laten zien uit welk
hout wij gesneden waren. Met zijn vieren lopen we het Stratumseind op om
te zien waar de rest van de Ajacieden zijn. In die tijd waren er nog weinig tot
geen mobieltjes dus trof je de groep ergens in een kroeg. Naar een half uurtje
heen en weer gelopen te hebben en nog geen andere Ajacieden te hebbben
gespot, trekken we de aandacht van een groep van ongeveer 20 PSV'ers.
Kut volgens mijn zij dat die boeren zegt Dirkie en ze lijken me niet echt vrolijk.
Fuck zooi staan we hier met vieren midden in boerenland. Wat doen we?
We doen helemaal niets en blijven gewoon rustig hier staan. Als ze ons willen
pakken dan pakken ze ons maar. Lange lijkt rustig en kalm steekt nog een peuk op. Het groepje boeren loopt onze kant op. Onze riemen gaan af en we zijn klaar voor de confrontatie. Wat er ook gebeurt we rennen niet weg roept Lange. Nog 10 meter scheiden ons tussen de eerste linie boeren.
Kom dan kanker boeren schreeuwt Lange. Ik kijk rechts van me en zie dat Dirkie het bijna in zijn broek doet. Hou je kop erbij snauw ik hem toe. We hebben je nodig ouwe. Op een of andere manier durven de 20 boeren ons niet aan te pakken. Ze blijven op 10 meter staan en ons uit te dagen als achter ons op eens een hard geschreeuw klinkt. Een groep van ruim 70 Ajacieden komt er aan gerend. De boeren slaan op de vlucht en wij met zijn vieren rennen zo hard mogelijk achter ze aan. Helaas zijn ze ons te vlug af. We doen het verhaal aan de rest van de groep en krijgen respect omdat we zijn blijven staan. De rest van de avond zijn er geen boeren meer te vinden, maar we hebben onze naam in de groep gemaakt.
Toen ging het mis
De verhuizing naar de Arena zorgde ervoor dat de hele groep uit elkaar
getrokken werd. Het was al geen hechte groep alleen nu was het contact
nog minder met elkaar. Het begon al met de vechtpartij bij het brugrestaurant.
Ajacieden zwaar in de minderheid zochten de confrontatie met een een te
grote groep feyenoorders. De groep Ajacieden moest zwaar op de vlucht en
een pijnlijke nederlaag werd er geleden.
Tijdens de rellen op de A10 zat ik ziek thuis. Lange belde me op. Hij vroeg of
ik het al gehoord had. Jezus man kijk eens naar het nieuws flikker. Een
groepje van ons had gesproken met die homo's uit rotterdam. Wat ik gehoord
heb is dat ze 75 tegen 75 hadden afgesproken, maar dat die kankerlijers met
300 man waren. Achteraf weet ik nog steeds niet of er nou een afspraak
gemaakt is of niet. Jongens waarvan ik weet dat die erbij waren zeggen dat ze alleen wat wilde kloten,een paar stenen vanaf een brug wilde gooien en verder niets. Ze hebben uitendelijk zwaar moeten rennen in onze eigen stad. Kanker mongolen. Het nieuws sloeg in als een bom. Helemaal toen bekende feyenoorders onsbelachelijk maakte op de nationale TV. Eerst die stink neger D. en daarna nog die mediageile G.
De dagen erna werden verschillende scenario's door genomen voor een tegen
actie. Uiteindelijk werd er een datum geprikt: 23 maart 1997. Feyenoord moest tegen Volendam en wij zouden ze opwachten. Die ochtend wordt ik opgepikt door Lange en zijn twee broers. Beide zijn het de afgelopen jaren wat rustiger aan gaan doen, maar balen van het feit dat iedere supportersgroep nu
poep praat over de F-Side. De naam, die hun groep groot heeft gemaakt wordt nu door stel nep supporters om zeep geholpen.
Het is stil in de auto. Iedereen is gespannen. Iedereen voelt dat dit niet is
zoals alle andere voetbal dagen. Normaal weet je niet of je een tegenstander
gaat treffen. Je gaat op bezoek in de andere stad en kijkt wat je daar aantreft. Meestal niets, maar een paar keer in het seizoen tref je een tegenstander. Nu wisten we zeker dat we een tegenstander zouden hebben. Vooraf is er contact geweest en is er aan die feyenoorders verteld dat we ze zouden opwachten. Waar hebben we ze niet verteld. Met hoeveel ook niet. Het oorspronkelijke plan kon niet doorgaan, omdat er veel wegen waren afgezet. Via de telefoon hoorde we dat een groep Ajacieden zich nu aan het verzamelen waren op het bedrijventerein
van Beverwijk.
Met niet meer dan 80 man ajacieden zijn we. De groep feyenoorders komt
eraan. We zijn niet compleet, maar we moeten ons nu laten
gelden. Er volgen heftige discusies. Sommige willen of durven niet. 80 man
is te weinig. Dit wordt een zelfmoord actie. Die homo's hebben allemaal wapens bij hun. Vooral de wat oudere groep zegt te willen blijven. Dan maar klappen krijgen we zijn geen mietjes. De groep split zich in tweeën.Lange, zijn broers en ik blijven. 40 tot 50 man loopt het weiland op, om de confrontatie te gaan zoeken met de feyenoorders.
200 a 300 meter. Meer is het niet. De afstand tussen de feyenoorders en ons. Een groep van zo'n 60 feyenoorders staat bij de vangrail. Even lijkt het of ze de oversteek naar ons niet durven te maken. Er sluiten zich steeds meer feyenoorders aan bij de eerste groep. Ik kijk naar Lange ik zie dat hij bang is. Zelf heb ik er ook weinig vertrouwen in een goede afloop. Staan blijven wordt er in onze groep geschreeuwd. Wie weg rent hoeft nooit meer terug te komen. Dan gaat het los. De eerste groep feyenoorders kan worden opgevangen. We staan als 1 blok en weten een paar feyenoorders goed te raken, maar het zijn er teveel.
Van alle kanten worden we aangevallen door feyenoorders. Ik sta te knokken tegen meer dan vier feyenoorders. Wordt geslagen met een knuppel in me buik. Ik ben geïsoleerd. Ik sta er alleen voor net zoals de rest van de Ajacieden. Ik moet rennen voor me leven. Meer dan 20 feyenoorders zitten achter me aan. Knuppels, bijlen, messen van alles hebben ze bij zich. Ze krijgen me niet te pakken. Mij gelukkig niet.
Nog geen 10 minuten heeft het geduurd. Ik loop terug om te kijken of ik Lange kan vinden. Geen spoor van hem. Wel zie ik iemand levenloos op de grond liggen. Er staan 3 jongens om hem heen. Verslagen koppies. Het blijkt uiteindelijk Carlo te zijn. Uiteindelijk weet ik ook Lange te vinden. Hij heeft 3 mes steken gelukkig niet op vitale plekken. Zijn broer is erger aan toe. Hij moet met spoed naar het ziekenhuis worden gebracht, maar weet het uiteindelijk te overleven.
Mensen die bij waren en er niet bij waren zeiden dat we eigenlijk niets in dat
weiland te zoeken hadden. Wij zijn mensen uit de stad. Ik vond dat we alle recht hadden om daar te zijn. Wij werden belachelijk gemaakt en moesten met een tegen actie komen. Die kwam er ook, alleen helaas niet zoals wij dat gepland hadden. De dood van Carlo zorgde voor nog meer verdeeldheid bij de F-Side. De F-Side was dood. Tenminste voor mij. Ik voelde niet meer dat kameraadschap dat ik voelde toen ik er 4 jaar eerder bij kwam. Ik voelde me verraden door groep die vertrok en niet met ons durfde te strijd aan te gaan. Het was een ongelijke strijd en ook met 80 man hadden we niet gewonnen, maar daar gaat het niet om.
Lange tijd heb ik niets meer met Ajax te maken willen hebben.
Todat ik 7 jaar geleden Lange tegenkwam bij het uitgaan. We haalden mooie
herrineringen op over vroeger en hij zei dat ik snel weer een keer langs moest
komen. Gelukkig ga ik nu weer naar Ajax. Het leven is toch anders zonder Ajax. Het is niet meer zoals het was. De rellen kunnen me eigenlijk gestolen worden. Ik ben vader van 4 kinderen. Heb een prachtige vrouw. Maar een leven zonder Ajax? never!